Het beloofde land



Ik zag tussen hemel en aarde,
In een heel fijn trillingsgebied,
Beelden met symbolische waarde,
maar vaste vormen zag ik er niet.


En in dit land,
Op de vloedlijn tussen zee en strand
Waar status, geld en macht waren afgelegd,
En de één niet leed om wat de ander had gezegd,
Werden verschilllen met vreugde begroet
Omdat ze iets toevoegden aan de kleurrijke stoet.


Men was er niet heilig, oogde zelfs niet sereen,
Maar niemand had last van de drukte om zich heen.
Aangeleerde kennis was daar vergeten
In een fierheid van : “Ik hoef niets meer te weten!”
Het was er niet gisteren, niet morgen, alleen vandaag
En antwoorden borrelden al op vóór het ontstaan van de vraag.


Een wereld als een belofte, het land van de regenboog,
Waar wezenstrillingen zich manifesteren
Voor het geestesoog
Van een ieder die zijn lessen wil leren.


Dit stukje hemel opaarde
Vol symbolische waarde,
‘het Beloofde Land’
Is een heel fijn trillingsgebied
Waar je de beelden van je wezen ziet.
***